Latijns-Amerika magazine.
 

Cubaanse salsa uit Groningen: interview met Ache Cubano

19-01-2015 door Amarens Greidanus
Foto: Deveney Elizabeth

Waarschijnlijk is Cubaanse muziek niet het eerste waar je aan denkt als je de stad Groningen in gedachten neemt. Toch is Groningen de thuishaven van de Cubaanse son-band Ache Cubano, al is hun muziek inmiddel ver buiten Groningen bekend. Ache Cubano bestaat nu zo’n negen jaar en speelt naast traditionele son ook vele andere ritmes als rumba, timba, mambo, guaguancó en chachacha. Ze treden voornamelijk op in Noord-Nederland; wekelijks bijvoorbeeld in de Groningse Cubaanse cafés Casa de la Música en Hemingway’s Cuba en staan geregeld op grote evenementen als Latin Dance Night en het internationale dansfestival Op Roakeldais. Daarnaast waren ze in 2008 te horen op de Dias Latinos in Amersfoort en zelfs buiten Nederland op het 17e Salsa Festival Bascarsijske Noci in Bosnië en in Duitse steden als Hannover en Braunschweig.

De bandleden komen uit alle hoeken van de wereld: zanger Ommis Bonet is Cubaans, pianist en achtergrondzanger Ranphrey Domitilia (Fito) komt van Curaçao, net als geluidsman Deveney Elizabeth. Bassist Hans Lass is Duits, Majo Lacevic (congas) komt uit Bosnië, Eddy Tokromo (maracas en achtergrondzang) is Surinaams, Gert Deters (bongo en campana) en Libbe Oosterman (trompet) zijn Nederlands, Sandi Stor (trompet) Sloveens en Pascha Shcherbakov (trombone) Russisch.

Hun eerste cd, Andar La Habana kwam uit in april 2014 en bevat acht nummers waarvan het merendeel eigen muziek (geschreven door Ommis Bonet). Ache Cubano bleef aan de andere kant van de oceaan niet onopgemerkt: hun muziek is in Ecuador veelvuldig gedraaid in discotheken en op de radio en één van de nummers, A Dónde Vas, is inmiddels meer dan één miljoen keer bekeken op YouTube. Tijd voor een interview met zanger Ommis Bonet.

Om bij het begin te beginnen: hoe is jullie band ontstaan en hoe zijn zoveel verschillende nationaliteiten samengekomen in één band?

Het is allemaal begonnen rond 2005, met Enrique ‘Choco’ Ramirez (een bekende percussionist afkomstig uit Costa Rica en wonend in Groningen, die in 2009 bij een tragisch ongeluk om het leven kwam – red.), pianist Harvey Mercera en ik. Hans Lass, die Harvey kende van het conservatorium, en Eddy Tokromo kwamen daar later bij en zo begonnen we te spelen als een charanga-formatie (met violen). Rond 2009 besloten we de viool door een trompet te vervangen en gingen zo verder als een sonora-formatie. In de loop der jaren is de samenstelling van de band regelmatig veranderd, zo heeft Alberto Martinez (die ook heeft getourd met o.a. Celia Cruz, La India, Oscar D’León en Marc Anthony) een poos met ons gespeeld, maar hij is inmiddels verhuisd naar Colombia. We komen inderdaad allemaal uit allerlei verschillende landen, maar iedereen is al heel lang, ieder op z’n eigen manier, met Latijns-Amerikaanse muziek bezig; dat heeft ons dan ook bij elkaar gebracht.

Is het soms moeilijk dat de andere muzikanten niet van Cuba komen? Kunnen zij zich de Cubaanse muziek eigen maken zoals jij dat kan?

Ondanks dat de anderen inderdaad niet Cubaans zijn, hebben ze veel affiniteit met de muziek en ik geloof dat dat het belangrijkst is. Het gaat erom dat je iets voelt bij de muziek, dat is er of dat is er niet en zij hebben dat allemaal duidelijk wel. Bovendien zijn de meesten al heel lang met deze muziek bezig; hebben eerder in andere bands gespeeld.

Veel Nederlanders zullen weinig bekend zijn met het muziekgenre dat jullie ten gehore brengen. Hoe reageren zij op jullie muziek en optredens?

Mensen die onze muziek horen zeggen vaak dat ze het ‘gezellig’ vinden klinken, ook al begrijpen ze niks van de – Spaanse – teksten. Ze vinden het vaak vrolijk en associëren de muziek met zomerse temperaturen en barbecueën. We hebben in ieder geval nog nooit gehoord dat iemand het helemaal niks vindt. Blijkbaar spreekt het iedereen, ondanks de taalbarrière, op een bepaalde manier wel aan. Ook bij kinderen slaat het aan: we hebben een buurjongetje dat onze muziek hoorde en sindsdien bijna niks anders meer wil luisteren.

Jullie spelen elk jaar op Koningsdag (Koninginnedag) op het terras bij Hemingway’s Cuba in Groningen. Als je daar staat, buiten, terwijl de temperatuur vaak nog weinig Caribisch is en iedereen in het oranje gekleed is, voel je je dan meer Cubaans of meer Nederlands?

We treden daar inderdaad al vanaf 2007 op en als ik daar sta te spelen en iedereen zie dansen, in rueda de casino et cetera, dan voel ik me, ondanks al het oranje en het weer, vooral 100% latino.

Van de cd Andar La Habana heb jij vijf nummers zelf geschreven. Waar begint zo’n lied voor jou mee, hoor je eerst een bepaald ritme of een melodie in je hoofd of begint het met een tekst die in je opkomt?

Dat begint altijd met een tekst, een idee, vaak komt dat zomaar vanuit het niets, in een moment. Op sommige dagen heb ik veel inspiratie en kan ik wel meerdere nummers schrijven op één dag, terwijl ik er op andere dagen juist voor ga zitten en dan komt er helemaal niks. Sommige nummers ontstaan in Hemingway’s Cuba, waar we elke vrijdag spelen, zoals ons nummer Andar la Habana, ik had iets in mijn hoofd en vroeg Fito om iets te spelen en vervolgens begon ik te zingen. Fito schrijft later de akkoorden voor de rest van de band en verder wordt er tijdens optredens veel geïmproviseerd in de muzikale begeleiding. Bij het nummer El Bacalao kwam het idee van mijn vader. Hij had dit nummer, eigenlijk een lied van Julio Iglesias, op straat in Barcelona gehoord en zei tegen me: “daar moeten jullie een salsaversie van maken!” Dat hebben we vervolgens gedaan.

Jullie schijnen de laatste tijd nogal populair te zijn in Ecuador. Ho is dit zo gekomen en hebben jullie daar, of elders in Latijns-Amerika, verdere ambities?

We maken altijd filmpjes van onze optredens op Koninginnedag en zetten deze daarna op ons YouTube-kanaal. Na het verschijnen van het nummer Tu Tesoro stroomden de mails ineens binnen, onder andere van een dj uit Ecuador. Hij was erg enthousiast en is het nummer gaan draaien in een discotheek, met groot succes. Daarna ging het snel, onze muziek werd steeds vaker gedraaid in discotheken en op de radio. Het nummer A Dónde Vas werd ook goed ontvangen en is inmiddels meer dan één miljoen keer bekeken! Dat is eigenlijk een ballade van Leoni Torres (Cubaanse zanger, red.), waar wij een salsaversie van hebben gemaakt en hijzelf na ons ook, maar die werd in Ecuador veel minder goed ontvangen. We zijn al uitgenodigd om op te treden in Ecuador en zouden dat kunnen combineren met optredens in Colombia en Peru, waar onze muziek ook steeds bekender wordt. Zo’n tour zou wel vermoeiend kunnen worden, gezien de lange vlucht en de intensiviteit van het touren, maar het is wel iets wat we graag zouden willen doen. Voor de komende maanden kijken we eerst naar opties binnen Europa, want we hebben ook uitnodigingen ontvangen uit Servië en Italië.

Ache Cubano zal op 20 januari te horen zijn op Radio 6, in het programma Eerst Jaap! vanaf 8:40 uur.

Meer informatie op de website van Ache Cubano of via de Facebook-pagina van de band.  

reageren