Latijns-Amerika magazine.
 

Divino Amor: verstikkende hemelse liefde in toekomstig Brazilië

09-01-2020 door Ruby Sanders

Over acht jaar is in Brazilië niet langer Carnaval, maar het evangelische festival ‘Amor Supremo’ het grootste feest van het jaar. Iedere bezoeker van overheidsgebouwen en winkelcentra loopt door een elektronisch toegangspoortje, dat direct de burgerlijke stand aangeeft. Bij zwangere vrouwen is voor iedereen te zien hoe de lichtbalk boven het poortje knippert: ‘foetus gedetecteerd’.

Het is 2027 en familie staat boven alles. De scheiding tussen kerk en Staat is min of meer opgeheven, en een overheidsfunctionaris is dus tegelijkertijd een dienaar Gods. Zo ziet dertiger Joana het tenminste, die  als ambtenaar bij de burgerlijke stand verantwoordelijk is voor zaken als huwelijk en scheiding. Joana neemt haar werk uiterst serieus: als stellen voor een echtscheiding komen, krijgt Joana ze negen van de tien keer de deur uit met een afspraak bij een relatietherapiegroep – waar zij ook zelf wekelijks te vinden is met man Danilo.  

De vrome Joana – haar hond heet Isaac – wil in de indringende Braziliaanse film Divino Amor maar één ding in ruil voor al haar toewijding: een kind. Maar dat is het enige geschenk dat ze van God niet krijgt, alle pogingen ten spijt. Danilo laat meermaals per week zijn ballen instralen door een soort vruchtbaarheidszonnebank waar hij ondersteboven in moet hangen, Joana bidt tot haar knokkels wit zien, het mag allemaal niet baten. 

Vroeger, toen nog niet álles politiek was, kon je een film nog zien als een surrealistische gedachtespinsel van de regisseur, groepssekstherapie voor stellen die in scheiding liggen bijvoorbeeld, dat dan Hemelse Liefde (‘Divino Amor’) heet. Oké, misschien bestond dat apolitieke ‘vroeger’ niet, maar zeker is dat het nú 2020 is, en je dan weet: hier zit meer achter en het heeft met politiek te maken. Dit is onversneden maatschappijkritiek. Op een samenleving die steeds dwingerder conservatieve neigingen vertoont. Op een overheid die zich tot in de slaapkamer bemoeit met mensen (vooral vrouwen), op regeringsleiders die willen dat burgers leven zoals de Bijbel het bedoeld had.

Regisseur Gabriel Mascaro (van Neon Bull, 2015) hoeft niet expliciet te benoemen dat zijn film een kritiek is op de uiterst conservatieve koers die zijn land vaart. Zo gek is zijn toekomstbeeld niet: het zou zomaar kunnen dat in lijn met de huidige ontwikkelingen over een tijdje een evangelisch regime de dienst uitmaakt.

Mascaro houdt van roze, wit, en dromerige beelden. Dit, samen met de bijzondere cameravoering, geeft de film een surrealistisch gevoel, en een heel andere kijkervaring dan wanneer het verhaal bijvoorbeeld in een grijze favela had gespeeld. Natuurlijk is het pastelsfeertje ook een afleidingsmanoeuvre, van de dogmatische wereld achter al dit hemelse geluk.

Want dat is herkenbaar: in heel Latijns-Amerika zijn de afgelopen decennia miljoenen mensen overgestapt van het ‘frivole’ Rooms-Katholicisme naar de even zalvende als zakelijke evangelische kerk. Witte en roze bloemen, maar ook een drive through-pastoraat, al dan niet met pinautomaat. Pastelkleuren en eeuwige redding, maar ook een meedogenloos deurbeleid: zonder echtgenoot ben je niet welkom. Dit in combinatie met de technologisch middelen van over zeven jaar, geeft een griezelig inkijkje in een mogelijke toekomst.

Maar we kijken niet naar een ‘standaard’ dystopisch universum. Mascaro schrijft het geloof zelf – in evangelische gemeenten is de opvatting dat elke gelovigen een direct eigen lijntje met God heeft – niet af, door zijn protagoniste in staat te stellen tot het ultieme vertrouwen. Iets wat niet iedereen gegeven blijkt. Ook al staat ze er uiteindelijk behoorlijk alleen voor, Joanna’s overgave maakt haar in tijden van The Handmaid’s Tale een opvallend en onvergetelijk personage. 

reageren