Latijns-Amerika magazine.
 

Como Nossos Pais: uit het keurslijf breken in modern Brazilië

27-07-2017 door Ruby Sanders

De 37-jarige Rosa, moeder van twee jonge dochters en tekstschrijver voor een bedrijf dat badkamerbenodigdheden verkoopt, is voortdurend bezig met de noden van haar familie: haar veeleisende kinderen, haar veelal afwezige echtgenoot en haar afstandelijke moeder. Ze heeft nauwelijks kans om aan zichzelf te denken; haar ambities als toneelschrijver heeft ze tijden geleden opzijgeschoven. Door plotselinge gebeurtenissen in haar leven wordt ze gedwongen te ontdekken wie ze werkelijk is – naast moeder, dochter en vrouw van.

In de eerste scènes is Rosa met haar gezin op bezoek bij haar vrijgevochten moeder Clarice (beide rollen erg sterk vertolkt door respectievelijke Maria Ribeiro en Clarisse Abujamra) voor een zondagse lunch, waar ook Rosa’s broer met vrouw is. Het eten (dat al snel akelige Festen-achtige trekjes vertoont) eindigt abrupt met een schokkende mededeling van Clarice: Rosa is in werkelijkheid niet de dochter van Homero, flierefluiter en kunstenaar op leeftijd, en de man die ze altijd als haar vader beschouwde. Deze onthulling zet haar hele identiteit op losse schroeven. Rosa begrijpt wel ineens beter waarom de relatie met haar moeder altijd moeizaam is geweest. ‘Ik dacht altijd dat het kwam omdat ik een meisje was’, vertrouwt ze haar broer in tranen toe.

Daar slaat zij direct de spijker op zijn kop; de zoektocht die volgt op de onthulling dat zij werkelijk de dochter is van een hoge Braziliaanse politicus, die haar moeder bijna veertig jaar geleden op Cuba ontmoette, confronteert Rosa vooral met haar identiteit als vrouw. Want waarom zou haar moeder haar anders behandelen om haar sekse? En maakt zij zich hier zelf niet ook schuldig aan, door haar moeder te verwijten wat ze haar beide vaders (zowel Homero als haar biologische) wél kan vergeven: dat zij ongeacht de consequenties voor zichzelf hebben gekozen? De mannen in de film schitteren vooral door afwezigheid: Dado, Rosa’s partner, doet als antropoloog ‘nobel’ werk in het Amazonegebied waardoor Rosa naast hoofdopvoeder en huishoudster ook de belangrijkste kostwinner is. Hierdoor heeft zij haar eigen schrijfambities moeten opofferen. Een herhaling van zetten – haar moeder onderhield Homero ook al.

Regisseur Laís Bodanzky verklaarde haar eigen generatie te hebben willen portretteren: eind dertigers in een spagaat tussen de rol van kind van hun ouders en ouder van hun kinderen, af en toe optredend als ouders van hun ouders of kind van hun kinderen. De universele gevoelens die hiermee gepaard gaan, weet Bodanzky mooi over te brengen. Wie herkent niet het moeizame laveren tussen de eigen behoeften en de relaties met ouders, kinderen en partners? Bijzonder is dat te midden van de universele thema’s Just Like Our Parents zo onmiskenbaar Braziliaans is, doordat het ook nationaal relevante vragen stelt – wat als bescherming van inheemse bevolkingsgroepen ‘ten koste’ gaat van de emancipatie van een individuele middenklassenvrouw? Hoe gebruikt en ervaart de vrouw haar vrouwelijkheid zonder een lustobject te zijn? Hoe verhoudt de afwezige vader zich in dit geheel?

Opvallend is dat Rosa geen hulp of doméstica heeft om in huis en met de kinderen te helpen, een in Brazilië wijdverbreid gebruik onder de hogere klassen, maar inmiddels ook bekritiseerd fenomeen. Het ontbreken van een huishoudelijke hulp laat zien hoe verbeterde klassenverhoudingen in het rap moderniserende Brazilië, de middenklasse vrouw opnieuw opzadelt met alle huishoudelijke en opvoedkundige verantwoordelijkheden. Wanneer Rosa haar Dado hiermee confronteert, geeft hij niet thuis en jaagt haar daarmee in de armen van een ander.  

Net zo herkenbaar verbeeld zijn de generatieconflicten waar de film vol mee zit. Wanneer haar stiefzusje – Homero’s jongere dochter uit een latere relatie, tijdelijk bij Rosa intrekt, zit Rosa tussen twee generaties gevangen; (gepensioneerde) hippies aan de ene kant en hipsters aan de andere – die haar beide pijnlijk laten voelen hoe kleinburgerlijk haar leven is geworden.     

Als rode lijn door de film loopt Henrik Ibsens toneelstuk Een poppenhuis uit 1880, over Nora, die aan het eind van het verhaal haar man verlaat met de woorden “Ik moet eerst mezelf onderwijzen, en dat kun jij niet voor mij doen. Ik heb ook nog een even heilige plicht, mijn plicht jegens mijzelf.” Rosa is zelf toneelschrijver en voelt zich tegelijkertijd een hedendaagse Nora, gevangen in een appartement in São Paulo.  

Soms liggen dit soort verwijzingen er wat te dicht bovenop; en een enkele keer stoort het clichématige gedrag van de personages. Het lijkt wel of niemand buiten zijn rolpatroon kan bewegen. Zeker op het punt waar de vele verhaallijnen culmineren in een naar lucht happende Rosa, die uitbreekt om op adem te komen, stapelen de clichés zich op. Gelukkig is er naar mate het einde nadert, weer ruimte voor nuance. Waarschijnlijk omdat ook Rosa zich heeft gerealiseerd dat we uiteindelijk allemaal ‘zoals onze ouders’ zullen zijn.

reageren