Latijns-Amerika magazine.
 

Pájaros de verano: niet bang voor de grote Colombiaanse verhalen

07-03-2019 door Ruby Sanders

Het langverwachte vervolg op Ciro Guerra’s El abrazo de la serpiente is een op ware gebeurtenissen gebaseerde, epische vertelling over de vroege jaren van Colombia’s internationale drugshandel en de verwoestende gevolgen voor een traditionele gemeenschap.

In het noordoosten van Colombia ligt de woestijn van La Guajira er eind jaren zestig verlaten bij. De oorspronkelijke bewoners van de regio, de Wayúu, voorzien in hun levensonderhoud door geiten te hoeden, koeien en ezels te houden, en misschien wat koffie te verhandelen. Ze hebben hun eigen regels en gebruiken, hun eigen taal (Wayuunaiki) en kleding, en de afbakening tussen hun wereld en die van alle mensen daarbuiten (de alijunas) is helder.

Tijdens een dorpsceremonie waarin de jonge Zaida centraal staat, laat de brutale Rapayet zijn oog op haar vallen. Moeder Úrsula deelt hem argwanend mee wat de bruidsschat zal zijn om haar dochter te kunnen trouwen: maar liefst dertig geiten, twintig koeien, twee muilezels en vijf kettingen zijn de eis. Misschien legt ze de lat expres zo hoog; verwacht ze niet dat iemand hieraan kan voldoen. Pájaros de verano, van de regisseurs van El abrazo de la serpiente, begint als een kalm drama rond de familietradities van de Wayúu. Maar de Colombiaanse inzending voor de Oscars vertelt een veel groter verhaal. Terwijl we de vrouwen van Úrsula’s clan volgen tijdens hun rituelen en ‘mystieke’ wijsheden, grijpen Rapayet en zijn maatje Moisés hun kans om flink geld te verdienen met de verkoop van een grote partij marihuana aan een stel Amerikaanse bezoekers. In eerste instantie vooral om de bruidsschat te kunnen voldoen, maar het grote geld laat ze niet meer los. 

Vanaf dan verandert het traditionele Colombiaanse decor langzaam in een Griekse tragedie vol drugs, geweld, eer, wraak en hebzucht. Het verhaal wordt, als een waar familie-epos, in vijf prachtig gefilmde en toenemend verontrustende hoofdstukken verteld.

Ciro Guerra (Los viajes del viento en El abrazo de la serpiente) en zijn (inmiddels ex-)vrouw Cristina Gallego werkten al jaren samen; bij eerdere films van Guerra was Gallego producent. Zij stoorden zich al langer aan de populariteit en romantisering van de drugshandel in Colombia. Toeristen die massaal op Pablo Escobar-tours gaan; de talloze televisieseries en films over Escobar en zijn opvolgers. Met Pájaros de verano wilden ze een andere kant laten zien. Een realistischer familieverhaal vertellen, dat klein begint maar groot eindigt.

De regisseurs zijn niet bang voor de Grote Verhalen; ze vertellen hoe alles met elkaar in verbinding staat, hoe het een onherroepelijk tot het ander leidt. Hoe een paar Amerikanen van het Peace Corps die eind jaren zestig in La Guajira op zoek zijn naar wiet, een machine in gang zetten die groter is dan iemand van de betrokkenen op dat moment kon bevroeden. Hoe iedereen een radertje in het geheel is, of de ‘vogel op doorreis’ uit de titel. 

Colombiaanse Icarus

Zonder het gangsterleven te verheerlijken of de situatie te simplificeren richten de regisseurs zich overtuigend op de vernietigende gevolgen van de internationale drugshandel op gemeenschappen als deze, die – afgesloten van de buitenwereld en in de steek gelaten door de instanties – tegen zoveel opdringerige verleidingen niet bestand zijn.

In het laatste gedeelte van de film haalt, tijdens een vergadering tussen afgevaardigden van verschillende Wayúu-families, een van de familiehoofden een volkslegende aan: over de vogel Utta, die naar beneden viel doordat de kettingen die hij droeg – steeds meer, door zijn groeiende rijkdom – te zwaar waren geworden. Een Icarus-verhaal van universele waarde, dat ook hier, in het noorden van Colombia, veertig jaar geleden, urgent aandoet. Net als de even tijdloze als actuele uitspraken waar de verteller, een blinde geitenherder, mee afsluit: ‘Laat geen goud helderder schitteren dan onze ziel, geen geweer luider klinken dan onze stemmen.’

Maar kan een gemeenschap vasthouden aan gebruiken en traditionele bescherming als eer en geweten plotseling geen betekenis meer hebben? Als tot dan toe een man een man, een woord en woord was, maar dit niet meer geldt? Dit soort vragen stelt de film: kunnen gemeenschappen vasthouden aan hun gebruiken, bijvoorbeeld rond de dood, als niet meer af en toe iemand sterft, aan ouderdom of ziekte, maar als gezonde jonge mannen bij bosjes door geweld om het leven komen? Kan elk lichaam dan nog met de gebruikelijk zorgvuldigheid behandeld worden – zoals we zien de gebruikelijke omgang van de Wayúu met de dood? De dood kondigt zichzelf aan in dromen, en is normaal iets om ruimte voor te maken in het leven. Maar in de groten getale van een drugsoorlog kan dat niet meer.

Hoeveel traditioneel ingerichte gemeenschappen zijn niet verwoest door de komst van vuurwapens en alcohol, vaak een zeer giftige combinatie? Deze thema’s zouden kunnen zorgen voor romantisering van de Wayúu of hun tradities, maar de film ontstijgt dat niveau ruimschoots. Ze laat namelijk ook zien dat de ene mens niet beter of slechter is dan de andere: de oorspronkelijke bewoners zijn niet nobeler of ethischer dan buitenstaanders. Ook zij worden geraakt door hebzucht en wraak, ook zij kennen zwakte voor de verleidingen. Maar we zien wel hoe kwetsbaar dit soort gemeenschappen zijn, wier hele bestaan op bepaalde leefregels is gebaseerd. Hoe ontwrichtend het grote geld, drank en vuurwapens zijn voor die leefregels, en dat treurig genoeg het fundament waarop zij al honderden jaren steunen, daar niet tegen bestand is. 

Mooi zijn ook de scenes die subtiel in beeld brengen wat niet genoemd wordt. Hoe de vrouwen hun uiterlijk aanpassen aan de groeiende rijkdom. Hoe een gehaakte tas of ruimvallende jurk plotseling ouderwets aandoen. Hoe midden in het droge woestijnzand een moderne villa verrijst; totaal uit de toon valt. Hoe het grote bed onbeslapen blijft omdat de man en vrouw des huizes ervoor blijven kiezen de nacht in hun hangmat door te brengen, zoals ze hun hele leven al doen.

Guerra en Gallego voerden al eerder (al dan niet zingende) vertellers op als belangrijke personages, en doet daarmee recht aan de muzikale en orale tradities van Colombia, een land van verhalen, én benadrukt het belang van het vertellen. Zo draaide Los viajes del viento om de functie van boodschapper van de vallenato-muzikanten uit Noord-Colombia. In Pájaros de verano is het de geitenherder die ‘vertelt om niet te vergeten’. Voor de Wayúu is het woord zelfs heilig; een ‘boodschapper van het woord’ mag dan ook nooit gedood worden. Guerra en Gallego raken hiermee ook aan hun eigen positie: ook zij vertellen – weliswaar met een modern medium – de verhalen die niet vergeten mogen worden. 

 

reageren