Latijns-Amerika magazine.
Foto: Jasper Vervaeke.

Stilte na de storm

21-01-2020 door Jasper Vervaeke

» Columns » Diáspora

Samen met zijn vrouw reist Jasper Vervaeke van Lima naar Rio de Janeiro, van de Stille naar de Atlantische Oceaan, dwars door het hart van Zuid-Amerika. Hij laat zich inspireren door sociale en actuele ontwikkelingen en bijzondere ontmoetingen. Op conSentido deelt hij regelmatig een fragment uit zijn reisdagboek. 

Stilte na de storm

Arica, Chili, 1-2 december 2019

’s Middags steken we in Chacalluta de grens tussen Peru en Chili over. Twee uur later zitten we te lunchen op het terras van het enige open restaurant op de Plaza de Colón, het centrale plein van Arica.

Het plein, in elke Spaans-Amerikaanse stad het centrum van het sociale leven, de plek waar mensen komen flaneren, lanterfanten, feesten en protesteren, ligt er verlaten bij. Logisch, misschien, want het is zondagnamiddag, het moment waarop de week wegsterft. Maar hier is natuurlijk meer aan de hand.

Het plein ademt vergane glorie. Vervallen gebouwen, afgebladderde gevels, straattegels vol vlekken van vogelstront en kauwgom, werkloze telefooncellen en een kleine, curieuze kathedraal die, zo hebben we gelezen, in de tweede helft van de negentiende eeuw geprefabriceerd en opgevouwen werd in het Parijse atelier van Gustave Eiffel, om ze vervolgens te verschepen naar de andere kant van de wereld en hier als een Ikea-kast in elkaar te zetten.

Iets verderop, aan de overkant van het plein, staat een oud treinstation. Het station, lees ik later, was de terminus van de spoorweg tussen La Paz en Arica, aangelegd in de nasleep van de Guerra del Pacífico (Salpeteroorlog, 1879-1884) tussen Chili enerzijds en Peru en Bolivia anderzijds. Chili liet de spoorlijn aan het begin van de twintigste eeuw bouwen bij wijze van compensatie voor het veroveren van de Boliviaanse kust, een verlies waarvoor veel Bolivianen begrijpelijkerwijs nog steeds wrok koesteren. Net als zovele Latijns-Amerikaanse spoorlijnen overleefde ze de twintigste eeuw niet.

Maar hier is natuurlijk nog meer aan de hand.

Bovenop de vergane glorie draagt het plein de sporen van een tornado die nog maar net is gaan liggen en elk moment weer kan opsteken. Overheidsgebouwen, banken en winkels zijn dichtgetimmerd met platen in hout en aluminium. De gevels, de rolluiken, de standbeelden, het al dan niet ontwrichte straatmeubilair: alles is beklad met protestleuzen in drukletters.  

DE REVOLUTIE ZAL FEMINISTISCH ZIJN OF ZAL NIET ZIJN, MOORDSTAAT, DOOD AAN HET KAPITALISME, GRATIS ONDERWIJS, WAARDIGE PENSIOENEN, PIÑERA HOERENZOON.

Te midden van dit tafereel, amper een levende ziel te bekennen. Waar zijn de mensen?

Het antwoord krijgen we de volgende dag, en we hadden het kunnen weten. Het kloppend hart, het trefpunt van Arica is niet het plein, maar het strand. Wanneer we aankomen, al laat in de namiddag, is Playa El Laucho nog halfleeg, maar gaandeweg loopt het vol met mensen van alle leeftijden die na de school of het werk nog een praatje willen slaan, een pintje willen drinken, een sigaret willen roken, samen willen genieten van de zachte avondzon.

Een grootvader houdt zijn kleinzoon in het oog, twee kleuters lopen af en aan met emmers vol zeewater, tienermeisjes liggen met de koppen bij elkaar te kletsen en selfies te nemen, languit op het zand, een groep vrienden speelt een potje UNO, in de branding houden een meisje en drie jongens, de petjes achterwaarts op het hoofd, een balletje omhoog.

Vanuit de verte komt een reggaetón-ritme aanwaaien, boem-tak-tak-tak-boem-tak-tak-tak-boem-tak-tak-tak-boem. Boven de oceaan zweeft een zwerm pelikanen. Plots dalen ze naar het water, alsof ze een school vissen in het vizier hebben, en scheren rakelings over het oppervlak. Iedereen oogt opgelucht, alles lijkt vredig, zelfs de oceaan, die nochtans veel minder stil is dan zijn naam doet vermoeden.

           

reageren