Latijns-Amerika magazine.
 

Verzen in de hemel

06-09-2014 door Jasper Vervaeke

Recensie van Naziliteratuur in de Amerika’s van Roberto Bolaño

Eerder verschenen in De leeswolf 1 (2014): 25-27.

 

In ‘Contre Sainte-Beuve’ verbaast Marcel Proust zich over het strakke onderscheid dat bepaalde critici maken tussen de verschillende boeken van Balzac, waarbij ze het ene bestempelen als een meesterwerk en een ander als een miskleun. Proust daarentegen meent geen grote verschillen te ontwaren tussen de werken onderling. Volgens hem is het oeuvrevan een auteur een blok waaraan je niets kan onttrekken. In de hedendaagse wereldliteratuur geldt het oeuvre van de Chileen Roberto Bolaño (1953-2003) als een van de meest briljante voorbeelden van zo’n solide blok.

Sinds zijn adolescentie als ‘infrarealistisch’ dichter in Mexico-Stad, die hij op meeslepende wijze opwekt in de roman De wilde detectives (1998), broedde Bolaño op een uitzonderlijke reeks gedichten, verhalen, novelles en romans. Hoe stilistisch en thematisch divers zijn teksten ook zijn, ze staan op subtiele wijze met elkaar in verband en geven stuk voor stuk blijk van een zeldzaam evenwicht tussen ervaring en eruditie, tussen levenslust en literatuur.

Bolaño’s oeuvre culmineert in zijn opus magnum 2666 (postuum, 2004), een encyclopedische roman over de gruwel in de fictieve Mexicaanse grensstad Santa Teresa. Op het moment van zijn dood was Bolaño al de onbetwiste goeroe van de nieuwe generatie Spaans-Amerikaanse schrijvers. Nadien begon zijn ster ook elders te rijzen. Vooral de Amerikaanse lancering van 2666 veroorzaakte een onwaarschijnlijke hype, een Bolañomanie die evenveel berust op de kwaliteit van zijn teksten als op de romantisering van zijn picareske leven. Zijn lotgevallen als rebelse dichter in Mexico-Stad, zijn reis, al liftend, door Midden- en Zuid-Amerika, de kortstondige opsluiting door het regime-Pinochet in zijn vaderland, zijn zwerftochten door Europa, de verschillende jobs (nachtwaker op een camping, druivenplukker, afwasser) die hij uitoefende tijdens de eerste precaire jaren in Catalonië, zijn vermeende heroïneverslaving, de volharding waarmee hij bleef zoeken naar literaire erkenning, zijn ongeneeslijke ziekte… alle middelen werden aangewend om Bolaño te doen herrijzen als dé grote cultschrijver van de eeuwwisseling. Of dat beeld nu strookt met de werkelijkheid of niet, het belangrijkste is dat zijn werk wereldwijd in de boekhandel ligt.

Jakhalzen en Jehovagetuigen

Hoewel Meulenhoff De wilde detectives (onder de titel De woeste zoekers) al publiceerde in 2000, gevolgd door Het lichtende kwaad en Chileense nocturne, was de in 2009 verschenen vertaling van 2666 ook bij ons het eerste boek van Bolaño dat écht aansloeg. Toch bleef een ware hype hier uit. De volgende vertalingen (Het Derde Rijk, Amulet, De ijsbaan, Moordende hoeren) en de heruitgave, nu onder de originele titel, van De wilde detectives, haalden teleurstellende verkoopcijfers. En terwijl men in de literaire bijlagen stilaan genoeg leek te krijgen van zoveel Bolaño op zo’n korte tijd, kon het voor Andrew Wylie, de beruchte literair agent die de rechten beheert, niet snel genoeg gaan. Wylie, alias de Jakhals, zou Meulenhoff verplicht hebben om al Bolaño’s romans en verhalenbundels binnen afzienbare tijd uit te geven. Toen dit voor de uitgeverij een onhaalbare kaart bleek te zijn, ontbond Wylie de contracten. Een subliem literair oeuvre leek in het Nederlands taalgebied ten dode opgeschreven.

Maar dat was buiten Lebowski Publishers gerekend. Halfweg 2013 maakte de Amsterdamse uitgeverij bekend dat zij Bolaño’s oeuvre verder in het Nederlands zouden (her)uitgeven. Een risico, gezien de strikte voorwaarden en de matige verkoopcijfers? Uitgever Oscar Van Gelderen licht in een telefoongesprek toe: “Bolaño is niet de makkelijkst verkopende auteur, dat is helder. Maar ik vind hem wel een van de allerbesten. Wat me opvalt, is dat zijn oeuvre in Engeland en zeker in Amerika enorm leeft. In Nederland daarentegen is het nogal voorzichtig gebracht en is het niet dwingend aanwezig”. En hoe hoopt Lebowski daar verandering in te brengen? “Het is een kwestie van zieltjes winnen. Als uitgever ben je toch een beetje een Jehovagetuige. Wij gaan proberen de voet tussen de deur te zetten om de mensen te overtuigen van het evangelie, en het evangelie heet in dit geval Bolaño. Ik zal niet rusten voordat hij een seller is”.

Als er een uitgeverij geschikt lijkt om Bolaño’s oeuvre hier nieuw leven in te blazen, is het Lebowski wel. Zoeken de traditionele literaire uitgeverijen langzaam en weifelend een houding in het huidige klimaat van besparingen, cultureel defaitisme en digitale uitdagingen, dan springt Lebowski in het oog met catchy covers, assertieve networking en intensief gebruik van de sociale media. Onlangs nog slaagde de uitgeverij er zo in een bestseller te maken van John Williams’ Stoner, eenroman van een onbekende, dode schrijver met een hoofdpersonage dat uitblinkt in onopvallendheid. Van Gelderen:“Als uitgever heb je altijd een aantal auteurs op wie je trots bent, die het DNA van je uitgeverij vormen. Bij mij zijn dat John Williams, Arnon Grunberg, Dave Eggers en Roberto Bolaño. Ik hou van sociaal bewogen boeken die tegelijkertijd een soort jeugdigheid, een soort vitaliteit uitstralen. En dat heeft Bolaño allemaal”. Lebowski plant tweejaarlijks twee titels van Bolaño uit te brengen, telkens een heruitgave en een onvertaald werk. Naast een nieuwe editie van De wilde detectives (nu onder de titel De wrede detectives, voor wie nog kan volgen) mogen we ons dit voorjaar verwachten aan de hermetische, fascinerende roman Antwerpen. Afgelopen herfst werd een nieuwe uitgave van 2666 dan weer gecombineerd met de lancering van Naziliteratuur in de Amerika’s.

Verborgen geweld

Het nazisme komt aan bod in meer dan één hedendaagse Spaans-Amerikaanse roman. In De zoektocht naar Klingsor (1999) beschrijft de Mexicaan Jorge Volpi de queeste naar een hooggeplaatste nazistische wetenschapper, en in De informanten (2004) onderzoekt de Colombiaan Juan Gabriel Vásquez de repercussie van de Tweede Wereldoorlog in Colombia. Bij Bolaño kunnen we spreken van een ware obsessie. Een stoet van (neo)nazi’s en fascisten spookt doorheen zijn oeuvre, nu eens op de achtergrond, dan weer op het voorplan. Zo draait Het Derde Rijk bijvoorbeeld rond een jonge Duitse wargame­kampioen die zijn realiteitszin verliest.

In Naziliteratuur in de Amerika’s, dat uitkwam in 1996, portretteert Bolaño dertig fictieve ‘verbrande’ schrijvers uit het Amerikaanse continent. Het boek leest als een tragikomisch compendium van decadente literatoren. Bolaño leeft zich uit in het verzinnen van titels en het parodiëren van de semi-academische stijl van de doorsnee literatuurstudie. Dat levert hilarische zinnen op als: “Mirebalais werd door de dood verrast terwijl hij werkte aan het postume oeuvre van zijn heteroniemen”. Van de Venezolaan Segundo José Heredia, die een arische naturistische commune sticht, tot de homofobe Amerikaan Jim O’Bannon, die slaags raakt met Allen Ginsberg, allemaal koesteren ze oppervlakkige dan wel diepgaande sympathieën voor de akeligste extreemrechtse regimes van de twintigste eeuw. Hoe ironisch de bio-bibliografieën ook zijn, Bolaño verliest zelden de empathie voor zijn personages, die eerder pathetisch dan regelrecht gevaarlijk zijn − slechts enkelen ruilen hun pen voor een pistool. Maar, zo waarschuwt Bolaño, “de literatuur is een verborgen vorm van geweld”.

De twee langste en laatste portretten zijn het memorabelst. Via het personage van Argentino Schiaffino ventileert Bolaño de voetballiefde die ook tot uiting komt in het kortverhaal ‘Buba’ van Moordende hoeren. Schiaffino is een hooligan die zijn teksten aan de man brengt rond het stadion van Boca Juniors. In zijn manifest ‘Bevredigende oplossingen’ bedenkt hij een nogal radicale manier om korte metten te maken met het Europese totaalvoetbal. Schiaffino stelt voor om “de beste vertegenwoordigers ervan fysiek te elimineren, anders gezegd, om Cruijff, Beckenbauer en consorten te vermoorden”. Het is een van de vele passages waarin Bolaño het onderhuidse geweld maskeert met humor.

Het laatste hoofdstuk draait dan weer rond vliegenier Carlos Ramírez Hoffman. Plots schakelt Bolaño over op de eerste persoon, wisselt hij zijn ironie voor ernst en worden we hier en daar onthaald op zinnen die al even adembenemend en duizelingwekkend zijn als Ramírez Hoffmans loopings. Natuurlijk vormt dit een stijlbreuk ten opzichte van de rest van het boek, maar dat vergeet je zodra je wordt meegezogen in het verhaal van de dichter-piloot-moordenaar die zijn verzen met rook in de hemel schrijft: “Wat hij het liefste deed was in het met rook geladen oude vliegtuig stappen, opstijgen naar het lege luchtruim van het vaderland en met enorme letters zijn nachtmerries schrijven, die ook onze nachtmerries waren, totdat de wind ze uiteenblies”. Wanneer ook de piloot zelf in rook opgaat, neemt de intrige de wending die zo typisch is voor vele van Bolaño’s verhalen. Net als in onder andere 2666, De wilde detectives en ‘Vagebond in Frankrijk en België’ (Moordende hoeren), worden we ook hier meegenomen op een speurtocht naar een geheimzinnige, verdwenen auteur. De angstaanjagende ambiguïteit van Ramírez Hoffman staat in schril contrast met de lachwekkende, veelal karikaturale personages uit de andere portretten van Naziliteratuur in de Amerika’s. En zo laat Bolaño zijn lezers tegen alle verwachtingen in toch eerder verontrust dan goedgezind achter. Door te eindigen met het intrigerende stuk rond Ramírez Hoffman prikkelt hij ons bovendien om ook Het lichtende kwaad te lezen, het boek waarin hij hetzelfde personage uitwerkt.

Eigenlijk zou je Bolaño’s boeken liefst niet teveel bezoedelen met commentaar. Je zou ze voorzichtig willen doorgeven, als een breekbaar voorwerp, en er maar twee woorden bij fluisteren: lees dit. Want het is zo moeilijk om iets zinnigs over Bolaño te zeggen. Zijn genie valt niet uit te leggen, het laat zich alleen maar voelen. Wie Bolaño’s oeuvre probeert te analyseren waagt zich in het fijne rag van een gigantisch, nagenoeg perfect web. Wie weet zouden we beter een paar stappen achteruit zetten en het web in zijn volle extensie aanschouwen. In stilte, als na een onweersbui, wanneer het licht van de eerste zonnestralen de druppels op de draden doet parelen.

 

 

Bolaño, Roberto
2013    Naziliteratuur in de Amerika’s. Amsterdam: Lebowski.

 

 

reageren