Latijns-Amerika magazine.
 

Wereldmilieudag in San Salvador de Jujuy

21-06-2017 door Jelle van der Meulen

Comida hoy, hambre mañana!’ Met deze leus (‘vandaag eten, morgen honger!’) proberen de demonstranten die zich verzameld hebben op het Plaza Belgrano in San Salvador de Jujuy, Argentinië, de aandacht van voorbijgangers te trekken. Op het plein, dat tegenover het regeringsgebouw ligt, zijn studenten en leden van verschillende inheemse organisaties afgelopen maandag 5 juni samengekomen om hun visie op Wereldmilieudag te laten horen.

Wereldmilieudag is in 1972 door de Verenigde Naties in het leven geroepen om individuen, bedrijven en organisaties bewust te maken van hun gezamenlijke verantwoordelijkheid over behoud en verbetering van het milieu. Het thema van 2017 is de relatie tussen mens en natuur. Om deze relatie te verbeteren, sporen de Verenigde Naties op hun website mensen aan om op deze dag de natuur extra te waarderen, door naar het park te gaan, een foto te maken van een zeldzaam dier of bijvoorbeeld plastic afval in te zamelen. Op deze manier zouden mensen meer waardering krijgen voor de natuur en haar schoonheid.

Voor de inheemse bevolkingsgroepen in Jujuy, de meest noordelijke provincie van Argentinië, gaat behoud en verbetering van het milieu echter om een stuk meer dan het rapen van afval of het maken van een leuke foto. In de regio zijn verschillende conflicten gaande tussen inheemse bevolkingsgroepen enerzijds en bedrijven en de overheid anderzijds. Een van de actuele conflicten speelt zich af op de Salinas Grandes, de zoutvlakten. Deze bevatten grote hoeveelheden lithium, een grondstof die onder meer gebruikt wordt om batterijen te fabriceren. Wanneer lithium gewonnen wordt, komen zoet en zout water met elkaar in aanraking, waardoor het water onbruikbaar en zelfs giftig wordt. Door dit proces is het is in meerdere gemeenschappen voorgekomen dat de landbouwgrond onherstelbaar is aangetast. Hierdoor is niet alleen het houden van vee en verbouwen van gewassen onmogelijk geworden, het heeft ook geleid tot ernstige ziektes bij bewoners. Daarnaast zijn voor de winning van lithium enorme hoeveelheden water nodig, terwijl dat juist schaars is in de regio. Om deze redenen zijn de inheemse bevolkingsgroepen faliekant tegen de winning van grondstoffen in het gebied. Volgens hun overtuiging (en ervaring) zullen de extractivistische (ontginnende, veelal voor export bedoelde, door de staat aangemoedigde) activiteiten niet alleen hun land vernietigen, maar zullen zij bovendien zelf niets van de gewonnen rijkdom meekrijgen.

“De rijke landen zullen profiteren, terwijl de lokale bevolking er niet op vooruit zal gaan”, verwacht Luca, student sociale communicatie en een van de organisatoren van het protest. “Wanneer de Argentijnse overheid in samenwerking met buitenlandse bedrijven hier de grondstoffen weghalen, draagt dat bij aan de vergroting van de mondiale ongelijkheid; de rijke landen worden rijker, en de lokale bevolking blijft berooid achter.”

De houding van de protesterende bewoners van Jujuy komt grotendeels overeen met het inheemse discours over milieu in andere Latijns-Amerikaanse landen. Land en water zijn voor de inheemse bevolking van essentieel belang; ze dienen niet alleen om in levensonderhoud te voorzien, maar vervullen ook belangrijke culturele functies. De extractivistische activiteiten van bedrijven en de overheid zijn daardoor vrijwel zonder uitzondering een directe bedreiging voor het levensonderhoud van inheemse bevolkingsgroepen. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat, wat betreft behoud van het milieu, gebieden die bewoond worden door inheemse bevolkingsgroepen vaak het best geconserveerd blijven. Bolivia en Ecuador hebben een ogenschijnlijk belangrijke stap gezet om de inheemse bevolking tegemoet te komen, door het concept Buen Vivir in de grondwet op te nemen. Buen Vivir biedt, simpel gezegd, een alternatief tegen het kapitalistische discours van ontwikkeling, en gaat uit van collectieve en holistische ontwikkeling, meer gericht op de gemeenschap en op een harmonieuze relatie tussen mens en natuur. Ondanks deze verankering in de grondwet blijven overheden en bedrijven echter de nationale grondstoffen exploiteren.

De Argentijnse overheid voert wat het milieu betreft een dergelijk tegenstrijdig beleid, meldde Greenpeace in maart. Weliswaar worden verdragen getekend om milieuvervuiling terug te dringen, maar tegelijkertijd is Argentinië zeer actief in het exploiteren van fossiele brandstoffen. De huidige regering van Mauricio Macri paste bovendien in juni 2016 met een decreet de Ley de Tierras aan, waardoor het makkelijker wordt voor buitenlandse investeerders om land te kopen. Daarnaast mag land dat water bevat nu ook verhandeld worden, waar dit eerst verboden was. Deze maatregelen vormen een grote bedreiging voor de inheemse bevolking, aangezien het ze berooft van zowel hun watervoorziening als hun land. In Jujuy, waar een (voor Argentinië) relatief omvangrijke inheemse bevolkingsgroep leeft, stuit het beleid van de overheid dan ook op veel verzet. “We protesteren omdat mensen moeten weten dat niet alles goed gaat hier, dat er veel problemen zijn”, zegt Matías, docent Quechua en activist. “Door mensen aan te spreken en de problemen kenbaar te maken, hopen we dat we weer een klein stapje kunnen zetten in de richting van betere en rechtvaardigere leefomstandigheden voor de inheemse bevolking.”

reageren